Berichten weergeven met het label vaste. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label vaste. Alle berichten weergeven

donderdag 15 mei 2014

Haaksteek vasten

De naam vasten steken komt van vaste steken.
De vastensteek geeft een relatief dicht en stevig weefsel.
Er zijn twee soorten vastensteken, namelijk:
  • halve vasten
  • vasten

Vasten 

De vasten steek is eenvoudig te haken, dit gaat als volgt:
Steek de haaknaald van voor naar achter door één of twee lussen van de eerste steek van de vorige toer.
Sla de draad om de haaknaald en haal deze vervolgens door de insteeklussen.
Sla dan nogmaals de draad om de haaknaald en haal deze door de twee lussen op de haaknaald.

Zie ook de illustraties van een vastensteek maken hieronder:



Insteken in de eerste steek van de vorige toer / opzetsteken, omslaan en de draad doorhalen. Nogmaals omslaan en de draad door de twee lussen halen.

gehaakte vasten
gehaakte vasten

Halve vasten 

De halve vastensteek is een verkorte versie van de vastensteek. Deze steek wordt veel gebruikt bij meerderen en minderen in haakwerk.
De halve vastensteek maak je als volgt:
Je steekt de haaknaald in de lus(sen) van de vorige toer en slaat de draad om de naald.
Vervolgens haal je de omslagdraad door zowel de steeklus als de lus op de haaknaald.

Halve insteek 

De manier waarop je de haaknaald in de vorige toer steekt kun je variëren.
Dit doe je door in te steken in beide lussen van de steek van de vorige toer, of door alleen in de voorste of de achterste lus van de steek in te steken.
Wanneer je niet in beide lussen insteekt, ontstaat er een reliëfrand in het haakwerk.
Zoals op de foto hieronder is te zien: